|
EK'60 |
EK'64 |
EK'68 |
EK'72 |
EK'76 |
EK'80 |
EK'84 |
EK'88 |
EK'92 |
EK'96 |
EK'00 |
EK-Historie : Frankrijk 1960
Moeizame Start
Maar net genoeg inschrijvingen, weinig publiek en bijna geen teams met een grote naam
in het mondiale voetbal. Het eerste WK voor landenteams in 1960 was geen groot succes. Initiatiefnemer
Henri Delauney, voorzitter van de Franse voetbalbond, had na zes jaar lobbyen zijn zin, maar de eerste editie van
de strijd om The European Nations Cup werd een bijzonder magere
Slechts 17 van de 31 UEFA leden bleken in 1958 bereid deel te nemen aan de kwalificatie
voor de eerste Coupe Henri Delauney, zoals de beker officieel heet. De grote Europese voetballanden
van dat moment - Engeland, West-Duitsland, Zweden (vice-wereldkampioen) en Italië - zetten openlijk hun
vraagtekens bij de potentie van het evenenemtn en schreven zich niet in. Al snel bleek dat het publiek wèl
geïnteresseerd was. Na de voorronde tussen Ierland en Tsjechoslowakije (2-0, 0-4) vonden op 29 september 1958
maar liefst 100.572 mensen een plaats in het Centraal Stadion van Moskou om te zien hoe de Sovjet-Unie de allereerste
kwalificatiewedstrijd tegen Hongarije met 3-1 won. Het eerste doelpunt in de EK-historie kwam op naam van de Rus Victor
Ilyin. Ook andere duels in de voorronde werden uitermate goed bezocht. Gastland Frankrijk keek dan ook vreemd op toen
de vier duels in de eindronde in totaal nog geen 75 duizend toeschouwers trokken.
Aan het eindtoernooi gingen een paar memorabele wedstrijden vooraf. De kwartfinale tussen de
Sovjet-Unie en Spanje zou dat waarschijnlijk ook zijn geworden, maar het duel werd nooit gespeeld. Generaal Franco
de dictator die Spanje in een ijzeren greep had, weigerde zijn voetballers een uitreisvisum naar
Moskou te verlenen. De participatie van de Sovjets in de Spaanse burgeroorlog stond volgens Franco een voetbalwedstrijd
tussen de twee landen in de weg.
De eerste EK-eindronde erd het toernooi van de toenmalige Oostbloklanden. Gastland Frankrijk nam het op tegen
Joegoslavië, dat niet tot het Warschau-pact behoorde maar wèl communistisch was. In de andere halve eindstrijd streden Tsjechoslowakije
en de Sovjet-Unie tegen elkaar. Frankrijk was favoriet. De ploeg met WK 1958-topscorer Just Fontaine - dertien goals, nog
altijd een record - had zich overtuigend gekwalificeerd (pas daarna werd bepaald welk land de eindronde mocht organiseren).
In de dubbele barrages tegen Griekenland en Oostenrijk hadden de Fransen liefst zeventien keer gescoord. Na de winst op de Hongaren
plaatste de Sovjet-Unie zich, door de Spaanse terugtrekking, zonder te spelen voor de halve finale. In dat duel werd doelman Lev Yashin
de grote held. Zij teamgenoten werden overlopen door de Tsjechoslowaken, maar Yashin weigerde te capituleren. De Sovjets
wonnen geflateerd met 3-0. In de finale haalde Yashin opnieuw een ongekend niveau. Tegenstander was Joegoslavië, dat na een 4-2 achterstand
het thuisland verrassend met 5-4 had verslagen, met in het slotkwartier drie goals in vier minuten. Yashin sleepte zijn ploeg naar de
verlenging, waarin het conditionele surplus van de Sovjets de doorslag gaf. Rechtsbuiten Victor Ponedelnik zorgde ervoor dat zijn land de eerste Coupe
Henri Delauney mee naar huis mocht nemen.
|
|