|
EK'60 |
EK'64 |
EK'68 |
EK'72 |
EK'76 |
EK'80 |
EK'84 |
EK'88 |
EK'92 |
EK'96 |
EK'00 |
EK-Historie : Joegoslavië 1976
De beroemdste strafschop aller tijden
Freewheelend bereikte het Nederlands elftal in de lente van 1976 de eindronde van het EK in Joegoslavië. Oranje versloeg België in de kwartfinale met 5-0 in De Kuip en 2-1 in Brussel. Hosanna in Holland. De vieze smaak van de verloren WK-finale zou met een Europese titel wel even weggespoeld worden. De halve finale tegen Tsjechoslowakije leek een formaliteit. Omdat West-Duitsland in de andere halve eindstrijd speelde tegen Joegoslavië, werd er al volop gespeculeerd over een herhaling van de WK-finale van 1974.
Terwijl de lucht boven Zagreb onophoudelijk weende, speelde Nederland echter een slechte openingswedstrijd. De Tsjechen namen verrassend de leiding via Anton Ondrus, waarna dezelfde verdediger diep in de tweede helft in eigen doel scoorde. Beide teams speelden op dat moment met tien man na rode kaarten voor Jaroslav Polák en Johan Neeskens. In de verlenging nam Tsjechoslowakije definitief afstand. Zdenek Nehoda bracht de underdog op 2-1, nadat arbiter Clive Thomas een overtreding op Johan Cruijff niet had bestraft. Oranje betwistte de treffer hevig, waarna ook Willem van Hanegem van het veld werd gestuurd. De 3-1 van invaller Frantisek Vesely twee minuten voor tijd deed extra pijn.
Oranje won nog wel de bronzen medaille (3-2 na verlenging tegen Joegoslavië), maar het toernooi was verpest. Tenminste voor de Nederlandse liefhebbers. Voor de rest van Europa bleef er nog heel wat moois over. West-Duitsland had in de halve finale na een 2-0 achterstand met 4-2 gewonnen van Joegoslavië en kon voor de derde keer op rij een groot toernooi winnen. Voor 45.000 toeschouwers wachtten in Belgrado de andere bedwingers van Oranje. De kwalitatief hoogstaande finale begon desastreus voor de Duitsers. Jan Svehlík en Karol Dobiás brachtten de Tsjechen vroeg met 2-0 aan de leiding, maar West-Duitsland kwam opnieuw terug, met treffers van Dieter Müller en Bernd Hölzenbein. Net als in de andere drie wedstrijden van het eindtoernooi was een verlening noodzakelijk. Dat de beker ook daadwerkelijk op deze dag uitgereikt zou worden, was een dag eerder beslist. De UEFA schrapte de gebruikelijke replay, penalty's zouden voortaan de beslissing brengen. Deze regelementsweiziging moest meteen worden toegepast. Uli Hoeness schoot bij Duitslands' vierde poging over, Antonin Panenka bezorgde daarop Tsjechoslowakije de verdiede eindoverwinning. Met een verbazingwekkende koelbloedige stiftbal door het midden zette hij de naar links duikende doelman Sepp Maier compleet voor gek. En werd hij bij leven al een eeuwige legende.
|
|